Historie
Het Beursgebouw te Brussel

De Openbare Fondsenbeurs van Brussel werd opgericht bij decreet van 19 Messidor jaar IX (8 juli 1801). Voor de onderbrenging ervan wees de Franse regering het vroegere Augustijnenklooster op de Wolvengracht aan.

Na de verkoop van de kloostergebouwen mochten de bijeenkomsten van de Beurs gehouden worden in de Munt, maar toen deze in 1820 opnieuw in gebruik werd genomen, huurden de wisselagenten een huis in de Willemstraat die nu Leopoldstraat heet.

Vanaf 1858, tijdstip waarop de Handelsbeurs een aanzienlijke groei kende ten gevolge van de economische en industriële bloei van het land, leidden de kleine afmetingen en de bouwvalligheid van de verschillende lokalen ertoe dat de beursmiddens bij de gemeente gingen aandringen op de bouw van een nieuwe beurs. Dit bouwwerk werd een prioriteit op de lijst der werken van openbaar nut. Onder de ingediende voorstellen bevond zich het voorstel van de architect Leon Suys die, gesteund door verschillende petities, de goedkeuring kreeg van de gemeenteraad.

In 1865 werd in het saneringsproject van Leon Suys - een project dat de stadskern op gezondheidsvlak moest saneren (door o.a. de overbrugging van de Zenne van de Zuidlaan tot aan de Antwerpselaan) - de oprichting voorzien van een groot centraal gebouw gebruikt door de Handelsbeurs en de Centrale Hallen om de economische activiteit van het Brusselse centrum te doen heropleven.

De overeenkomst werd in februari 1868 ondertekend; op 15 juni 1868 werden de plannen goedgekeurd door het College. Het gebouw werd ingeplant op de plaats van het klooster van de Minderbroeders, dat dateerde uit de de 13de eeuw en waarvan de ruïnes nog te bezichtigen zijn in het ondergronds museum in de Beursstraat. In oktober 1869 werd met de bouw aangevangen en op 27 december 1873 werd het gebouw vervroegd ingehuldigd met een groot bal in aanwezigheid van Koning Leopold II en van Koningin Maria-Henriëtta, alsook van de Graaf en de Gravin van Vlaanderen. Nadien werden de werken nog enkele maanden verdergezet, zodat de beursactiviteit er pas kon uitgeoefend worden in de loop van het tweede trimester van 1874.

De beursmarkten

Van 1801 tot 1867 : het Franse bewind
De effectenmakelaar was in deze periode een ministerieel ambtenaar die als enige het voorrecht genoot om openbare effecten te verhandelen die in aanmerking kwamen voor een notering (deze situatie bleef in Frankrijk onveranderd van kracht tot 1987). Daar stond wel tegenover dat de makelaar niet voor eigen rekening mocht verhandelen.

Van 1867 tot 1935 : het liberaal systeem
De liberale filosofie die deze periode kenmerkte, maakte dat het beroep van de effectenmakelaar en de oprichting van effectenbeurzen volkomen vrij waren. De enige beperking in die tijd bestond erin dat de gemeenteautoriteiten moesten instaan voor de ordehandhaving in de beurs, iets wat overigens voor elke publieke bijeenkomst geldt. In werkelijkheid evenwel, werd deze bevoegdheid van hetgemeentebestuur sterk beperkt door de ruime interpretatie van dit onderwerp in de reglementen van bepaalde effectenbeurzen. Dit was zeker het geval voor de Effectenbeurs van Brussel.

Van 1935 tot 2000

Het Koninklijk Besluit nr. 84 van 30 januari 1935
Het totale gebrek aan reglementering in de voorgaande periode en vooral de grote internationale crisis van de jaren 1929-1935, leidde tot een eerste poging om door middel van een koninklijk besluit het beroep van de effectenmakelaar te reglementeren. Dit was slechts een onderdeel van een ruimer plan dat de heropleving van de economie en de kapitaalmarkten tot doel had.

Het Koninklijk Besluit nr. 61 van 10 november 1967
Dit koninklijk besluit kwam tot stand onder een regering met speciale volmachten en werd geïnspireerd door een gouvernementele commissie die beter gekend is als de Commissie De Voghel. De opdracht van deze commissie was het onderzoek naar de financieringsproblemen van de economische expansie.

De wet van 4 december 1990
Afkondiging van de wet op de financiële transacties en de financiële markten (wet van 4 december 1990, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 22 december 1990). Initiatiefnemer tot deze hervormingswet was de Heer Philippe Maystadt, Minister van Financiën. Het hoofddoel van deze wet was de modernisering en de versterking van de concurrentiekracht van de Belgische beurzen op wereldvlak.

De wet van 6 april 1995
Via deze wet werd onder andere de Belgische wetgeving aangepast aan de Europese Beleggingsrichtlijn die Europese erkende financiële makelaars of bankiers toelaat actief te zijn op elke Europese beursmarkt. Het management en de controle op de beursmarkten werd aan een onafhankelijk Directiecomité toevertrouwd.

Het Koninklijk Besluit van 11 april 1999
Oprichting van Brussels Exchanges (BXS) bestaande uit de drie vennootschappen Belfox, Beurs van Brussel en CIK.

Het Koninklijk Besluit van 17 september 2000
Met dit koninklijk besluit verkreeg BXS toestemming om te fuseren met ParisBourse en Amsterdam Exchanges tot Euronext, de eerste pan-Europese beurs.